05-03-07

Intermezzo: De schoot van mijn taal

 

“Herken je haar?” vraagt tanteke aan me.

Het flinterdunne kopietje tussen haar wijsvinger en duim kijkt me lachend aan. Opgemaakt. Kin omhoog. Haar nek staat loodrecht op haar schouders en haar wangen blozen onder de maquillage. Moeke ziet er jong uit. Gelukkig ook. En al zie ik haar benen niet op de foto, ik weet dat ze op dat moment nog stevig staat. Dat herinner ik me.

Maria Vasalis schreef in haar gedicht “Sotto Voce” hoe herinneringen verdwijnen. Hoe de gaten in het geheugen groter worden door tijd. Hoe we ons generen om het verlies van die herinneringen. Maar ik wil niets verliezen. Winnen moet ook niet per se, want competitiedrang staat niet mooi in de schaduw van verdriet. Ik verzoen me met een status-quo. Een evenwicht wanneer alles lijkt te verschuiven.

 

Ik neem de fotokopie uit de handen van tanteke. Voor het eerst sinds vele jaren houd ik m’n grootmoeder in mijn armen. Oma. Omarming. Ze weegt nog vederlicht. Moeke is niet meer de dikke, gezellige en moederlijke vrouw zoals ze in het buikige boek van de Nederlandse taal stond. Ik vind haar niet meer terug in de schoot van mijn taal. Woorden duiken onder de stem. Maar ik wil haar neerschrijven als houvast. Als bladmoes die de gaten in het geheugen opvult.

 

Straks neemt zij mij – en vele anderen – met zich mee. Al vierentwintig jaar zit ik genesteld in haar geheugen. Ik sprak tegen haar over kraktors en noemde het strand van Oostende de grootste zandbak van de wereld in mijn kinderlijke onwetendheid. Zij kijkt steevast naar het gesproken dagblad en verliest zo haar kortende tijd niet uit het oog.

“Ik trek het al bijna tachtig jaar,” zegt ze dan. En ik – snotneus – zeg niet meer dan “ja”. Vol bewondering toch… Ook al is haar rug nu wat krommer, haar gelaat wat minder vol en ligt haar moed tegen de zool van haar insteekschoenen. Ik wrijf zachtjes over haar rug en houd mijn andere hand klaar om haar op te vangen wanneer ze voorover dreigt te vallen. Opnieuw zeg ik “ja”. En in mijn lach leg ik zoveel vrede dat ook zij begint te glimmen. Want ik weet dat ze elke week reikhalzend uitkijkt naar ons kort onderonsje.

Het lijkt zo weinig, wat ik haar geven kan. Naast liefde, steun en de cruciale kracht om mezelf af en toe voorop te plaatsen gaf zij me een zoete tand met een voorliefde voor kokosnoot en andere hartige zoetigheid. Daarom is moeke al sinds mijn kleutertijd synoniem voor ‘Koeke’. En om ontelbare redenen is ze zoveel meer in haar halfwassen eeuwigheid.

Op haar eigen waardige manier zal ik moeke te rusten leggen wanneer haar huidige berusting waarheid wordt. Fier. In rechte lijn. Met een warm hart en een opgeheven hoofd. Mijn opwellende tranen paraat aan het slot van deze ode. Met een gedempte stem...

21:02 Gepost door [NeCo] | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Juist, dit was te dieppersoonlijk, warm en mooi om elders dan hier te verschijnen. Hou je haaks.

Gepost door: jph | 06-03-07

De commentaren zijn gesloten.