12-10-05

Verkaveling


Ik neem hem. Lekker hard, want daar heb ik nu net zin in.

Zijn ogen draaien als opgetrokken rolluiken in zijn oogkassen.

Te hard misschien?

 

Vijf tellen geleden gleed zijn onbekende hand nog richting mijn braakliggend terrein.

 

- “Ik werk als makelaar”, zegt hij. “En jouw perceel staat me wel aan.”

Die prelude ken ik nog niet. De vier seconden van zijn verbale intro vermenigvuldigen zich in een tienvoudige lachstuip.

- “Wil je een drankje?”

Ik lach het leeuwendeel van mijn hilariteit nog weg. Ik antwoord niets.

- “Twee Martini’s”, maant hij de pinguïn achter de toog aan. Dat doet hij met een vragend - streep - gebiedend wijsvingertje.

- “Twee Dirty Martini’s,” corrigeert hij terwijl hij mijn ogen verkent.

Zijn neus fronst richting voorhoofd terwijl hij dat woord uitspreekt. Zijn aangehitste wangen lillen minimaal en pitsen zijn ogen een stukje toe. Zijn pupillen vergroten. Dirty… De uitspraak krult zijn lip omhoog. Ik zie een randje tandvlees.

 

Echt, onder andere omstandigheden is het een ongelooflijk geil woord. Dirty.Vlak voor de extase bijvoorbeeld. Handen glijden over je tepels, zoeken je navel en vinden je Gordiaanse broekknoop. Je bedgezel hakt em beslist door terwijl zijn of haar lippen de lengte van je hals opstijgen. Je hoort en voelt de adem: heet hijgend. Allebei. En dan vuurt ie af. ‘Dirty’: het gefezelde ontstekingsmechanisme van een gepaarde genotsbom.

 

Die zinnelijke explosiviteit krijg ik niet van zijn tandvlees. Van zijn drankje evenmin. Gin, vermout en groene olijven. Ik slurp liever verder aan mijn Malibu Screwdriver. Het ijs tikt in het glas terwijl ik met mijn sprietje speel. Het plastic buisje verslapt in rum en ananas. Net zoals mijn aandacht. Alleen zijn intentie staat als een paal boven water.

 

Mijn linkervoet hangt rechtsboven zijn gespiegelde tweeling. Hij weegt zwaar onder de aantrekkingskracht van Newton. Wanneer ik beide kuiten opnieuw evenwijdig verzamel, verklaart de commissionair de kavel voor open. Zijn hand prutst al aan de poort.

 

Dus: ik neem hem. Bij zijn teelballen. Lekker hard.

Ik graaf mijn acrylnagels in zijn scrotum. Ik verkavel zijn balzak. Daar heb ik net zin in.

 

- “Ik ben schrijfster,” stel ik me voor. “En in deze bar zoek ik wandelende verhalen om neer te schrijven. Maar jíj mag vandaag héél blij zijn dat ik mijn kroontjespen vergat. Anders droeg jij hem straks in je zak naar huis.”

 

Ik knijp nog één keer stevig door voor ik mijn greep los. Hij zakt op de knieën. Makelaar van mijn voeten.



15:37 Gepost door [NeCo] | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

Commentaren

Wauw, wauw... ... en nog eens auw.

Gepost door: Kristof | 12-10-05

ieuw! you cruel woman!
but the bastard did deserve it i presume?

Gepost door: lord cms | 12-10-05

nice Misschien had "mag ik mijn pen eens in je inktpot dopen" meer succes?

alleszins een geweldig geschreven klotetekst ;-)

Gepost door: PJ | 12-10-05

@CMS als ik ooit in de realiteit zo'n scenario tegenkom, dan ja... dan verdient die klootzak het ten zeerste. Nu was het gewoon een gezellige woordlustige manier om wat frustraties te ventileren.

Gepost door: NeCo | 12-10-05

Chique Verschrikkelijk goed geschreven is het nu echt gebeurd of niet. Geweldig!!

Gepost door: Valerie | 12-10-05

De commentaren zijn gesloten.